Diagnostiek

De kern van de traditionele diagnostiek is de mens individueel en in zijn omgeving te bekijken. Daartoe wordt in het vooronderzoek niet alleen naar de actuele problemen in de huidige situatie gevraagd, maar worden ook vroegere ziekten en opvallende aandoeningen in ogenschouw genomen. Ook worden familiale omstandigheden en het algemeen welbevinden besproken. De therapeut neemt de huidskleur, het gelaat en lichamelijke kenmerken waar en zonodig vindt een lichamelijk onderzoek plaats. 

Pols- en tongdiagnose nemen bij het onderzoek een bijzonder belangrijke plaats in. Bij het onderzoek van de tong geven vorm, kleur en beweging van het tonglichaam en de aanwezigheid van tongbeslag aanwijzingen voor een juiste behandeling. De polsen worden op drie posities aan beide polsgewrichten betast en beoordeeld. Deze polsposities houden verband met de inwendige organen en de 12 daaraan gekoppelde meridianen, waarlangs de qi over het lichaam stroomt. Er zijn ongeveer 28 verschillende polskwaliteiten, waarbij o.m. snelheid, kracht en niveau van diepte van de pols diagnostisch worden beoordeeld. 

Na beoordeling van de afzonderlijke diagnostische stappen wordt een Chinees-geneeskundige diagnose gesteld. Deze maakt het mogelijk om een geschikt behandelingsplan op te stellen, waarbij kan worden gedacht aan een juiste combinatie van acupunctuurpunten, een juiste Chinese kruidenformule, tuina of andere behandelingen. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Facebook
Facebook
LinkedIn